This blog has been stationary for a while

The last post on this blog was from May 2014.
This may have to do with the blog I started on architecture and autism, here.

Advertenties

Stand radio 1 – motorclub Satudarah: 0-5

Vanochtend was de stelling van Stand.nl “motorclubs moeten worden verboden”. Lekker simplistisch. Er meldde zich al meteen een oudere, brave meneer die het leuk vond om met andere brave meneren op zondag wat met z’n motor te toeren.

Het dieptepunt was een interview van het duo Ghislaine Plag & Robert Kranenborg met Guus Pronk, ‘een van de leiders’ van Motorclub Satudarah. Uitslag: 0-5 voor Pronk. Reden: onderschatting van de tegenstander, nul huiswerk gedaan en heel slecht luisteren, maar vooral geen idee waar ze met het interview naartoe willen.

Robert zegt dat hij de indruk heeft dat motorclubs criminele bendes zijn.
Dat is voor Guus een schot voor open doel, want justitie is er niet in geslaagd te bewijzen dat motorclubs als de Hells Angels criminele organisaties zijn.
‘Absoluut niet, er is nog niks bewezen,’ zegt Guus dus ‘als er ergens iets gebeurt zou dat een individuele actie kunnen zijn van iemand die dan lid zou moeten zijn van een of andere motorclub, maar criminele organisatie, nee.’ (0-1)

Robert zegt dat er onlangs twee aanslagen zijn gepleegd op leden van motorclubs en vraagt of het verband club-aanslag dat wordt gelegd onterecht is.
Dat had Guus dus net al gezegd. Nu krijgt hij de gelegenheid voor een vindingrijke toevoeging: als iemand die geen lid is van een motorclub iets heeft af te rekenen met iemand die dat wel is, dan heeft hij een mooie kans om bv wraak te nemen, want de verdachte zal in de hoek van de motorclubs worden gezocht die ten onrechte in een crimineel daglicht staan. (0-2)
Ghislaine vraagt of het dan toeval is dat er aanslagen zijn als de Duitse Bandido’s zich in Nederland vestigen. Nee, dus. Ze heeft niet geluisterd of hem niet begrepen. Guus herhaalt zijn punt nog een keer en Ghislaine antwoordt:
“En dat de aanslag wordt gepleegd op iemand die lid is van een motorclub ook dat is toeval dan?”

Alweer niet geluisterd of niet begrepen. Guus legt het nu voor de derde keer uit en Robert schiet zijn collega te hulp door nog maar een keer naar de bekende weg te vragen:
“Dus er is geen sprake van een bendeoorlog?”
“Welnee, niks van waar,” zegt Guus natuurlijk.
“Waarom krijgen we dan toch die indruk?” vraagt Robert. Onnozele vraag waar Guus wel raad mee weet:
“De media, vermoedens dit en vermoedens dat en geruchten, laat ze maar komen, kom met feiten.” (0-3)

Die zijn er volop. Drie weken geleden werd er een prominent Hells Angels lid in hoger beroep tot 4 jaar veroordeeld voor drugshandel en verboden wapenbezit. In 2012 werden tien leden van Satudarah voor hetzelfde tot gevangenisstraffen (max 4,5 jaar) veroordeeld.
Vorige maand meldde de NOS dat er opnieuw twee prominente leden van een motorbende zijn opgepakt, verdacht van een dubbele moord in 2006.

In plaats van dergelijke feiten te noemen – geen huiswerk gedaan – vraagt Robert:
“Zijn het dan wel individuele leden waarvan u zegt die vertonen crimineel gedrag?” Overbodige vraag, want dat heeft Guus in het begin van het interview al gezegd. Dat is juist zijn punt: individuen kunnen crimineel zijn, clubs zijn dat niet en moeten daarom niet worden verboden. Is Robert de stelling van Stand.nl nu echt helemaal vergeten? (0-4)

Beide interviewers proberen nu Guus zo ver te krijgen toe te geven dat er veel criminelen lid zijn van motorbendes, maar daarin falen ze jammerlijk. Overal komen criminelen voor, zegt Guus. Een burgemeester vertelde hem laatst nog dat er onder elke honderd mensen altijd wel twee slechteriken zitten – en daarmee komt Guus weg. Sterker nog: Robert capituleert nu geheel met de vraag of Guus niet moe wordt van al die beschuldigingen. (0-5)

Het journalisten duo had beter even kunnen googelen, want dan hadden ze onder andere onderzoek van de universiteit van Leiden gevonden naar 600 motorclubleden waaruit bleek dat “80 procent van de leden van clubs als Hells Angels, Satudarah en No Surrender een strafblad heeft. Bijna 30% heeft zeker tien veroordelingen op zijn naam staan en is daarmee veelpleger.”

Wat ik zeg: geen huiswerk, geen idee. Wat een afgang.

 

Radio 1: ongelovigen hoeven niks te bewijzen

Vanochtend een veel te lang interview met Frederick Delaere die een Ufo-meldpunt heeft en een boek schreef over de meldingen die hij kreeg. Het duurde bijna tien minuten, maar het weinige dat men wijzer werd paste gemakkelijk in anderhalve minuut. Er gebeuren, dacht ik, genoeg dingen in de wereld waaraan die 8 overbodige minuten beter waren besteed. De interviewers hadden kennelijk niet de moeite genomen Ufo’s even te googelen, want dan hadden ze heel wat interessantere vragen kunnen stellen en had zich ook het volgende oerdomme dialoogje niet voorgedaan:

Delaere: ik ben in 2007 begonnen met het meldpunt omdat ik het nodig vond dat mensen dat toch ergens kunnen melden en dat we die mensen kunnen proberen verder te helpen met een verklaring van wat ze in de lucht hebben waargenomen.
Plag: En met al die meldingen die u binnen heeft gekregen bent u er nog steeds van overtuigd dat er nooit echt sprake is geweest van aliens of ruimteschepen.
Delaere: Inderdaad, dat klopt ja: er is geen enkel bewijs dat er ook maar iets buitenaards is. Ik denk dat mensen die denken dat Ufo’s van buitenaardse herkomst zijn het Ufo-fenomeen niet goed onderzocht hebben.
Plag: maar dan klinkt u eigenlijk net zo stellig als de believers die stellen dat het wel zo is. U heeft ook het bewijs niet in handen, toch?

Nee, beste Ghisleine: dat bewijs heeft niemand. Het is helemaal niet nodig om het falsificatieprincipe te kennen; gezond verstand is voldoende om te bedenken dat ‘gelovers’ moeten bewijzen dat er buitenaardse belangstelling is – het woord zegt het al. Delaere heeft geen bewijs nodig. Als jij beweert dat er een theepot tussen de aarde en Mars om de zon draait, hoef ik niet te bewijzen dat dat niet zo is, zei Russel al.

Op de website van De ochtend staat, over Ufo’s nota bene: “… hij [Delaere] kan niet met zekerheid zeggen dat ze niet bestaan…”. Alweer zo’n domme ondoordachte tekst; is daar geen redactie? Want niet geïdentificeerde vliegende objecten, ja, daar heb je er miljoenen van.

Radio 1: graf met brievenbus?

Om even over half 10 zei Ghisleine Plag:

“Brieven aan Pim Fortuyn
Een gesprek met Clemens van Herwaarden. Hij is docent geschiedenis en bestudeerde taal van brieven die Pim Fortuyn ontving van mensen voor zijn dood. Het zegt veel over Fortuyn en zijn aanhangers.”

Rare zin, maar ja voor de vuist weg formuleren valt ook niet mee, dacht ik eerst nog. Maar dit was uitgeschreven tekst die ook op de website stond!
Zoek de fouten.

– brieven zijn taal, dus ‘taal van’ kan weg
– alleen mensen schrijven brieven dus ‘van mensen’ kan weg
– alleen levende mensen ontvangen brieven (toch, Ghisleine?) dus ‘voor zijn dood’ kan weg
– ‘Het zegt veel’? Wat is ‘het’?
– Als ze daarmee die brieven bedoelt: sinds wanneer zeggen brieven iets over de ontvanger?

In het gesprekje met Herwaarden zegt Plag het net even anders: “brieven die mensen naar Fortuyn hebben gestuurd voordat hij werd vermoord.” Dat kan weer wel – al is het een beetje maf – een brief sturen aan iemand die is overleden.

We vieren vandaag trouwens de 12-de verjaardag van hypocrisie jegens Fortuyn. Ook radio 1 is al twaalf jaar vergeten dat de man een gevaarlijke – en soms best wel amusante – gek was die mede verantwoordelijk is voor de ruk naar rechts in Nederland.

 

Mail aan 8 Eerste Kamerleden

Mail geschreven aan 8 eerste Kamerleden die een inbreng hebben gehad in de behandeling van de Zorgwet die nu voorligt in de Eerste Kamer, te weten:

Zie: http://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/33684_jeugdwet

naam
dr. Flip Schrameijer

e-mail
flip.schrameijer@xxxxx.nl

onderwerp
Wetsontwerp Jeugdwet

Zeer geachte heer/mevrouw,

Als verontrust burger met enige kennis van de jeugd-GGZ, wilde ik u graag het volgende voorleggen i.v.m. het voorliggende wetsvoorstel voor de Jeugdwet. Naar ik begrijp is deel van het plan dat de financiering van de zorg voor jeugdigen met psychiatrische stoornissen van de zorgverzekering naar de gemeenten wordt overgeheveld.

Aangezien deze maatregel leeftijds- en aandoening gebonden is vraag ik mij af of deze niet in strijd is met artikel 2 en/of artikel 23 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind.

Het eerste is het anti-discriminatie-artikel, het tweede garandeert bijzondere zorg voor kinderen met een geestelijke of lichamelijke handicap.

Indien gemeentelijke financiering hun minder garanties biedt dan de zorgverzekeringswet, lijkt mij dit overduidelijk het geval.

Hoogachtend,

Dr. F. Schrameijer

(www.Schrameijer-Duurkoop.nl)

De eerste reactie kwam onmiddellijk (van links naar rechts):

“U slaat de spijker op z’n kop! Het is een van de redenen waarom de SP tegen het wetsvoorstel is.
Tineke Slagter”

De tweede kwam anderhalve dag later:
“Hartelijk dank voor uw bericht. Het punt dat u noemt heeft bij de behandeling van het wetsvoorstel onze aandacht.
Met vriendelijke groet,
Jannette Beuving”

 

 

Zwarte Piet op Lijn 1

Ik was van plan me niet met de Zwarte Piet-discussie te bemoeien, maar wat ik jl. woensdagochtend hoorde in het programma Lijn 1, laat me niet los. Dat kwartiertje discussie  (van 10.45 tot 11 uur) is alsnog hier te beluisteren. Onder leiding van de voortreffelijke Naeeda Aurangzeb kwamen o.a. Hans van Baalen en Monika Keijzer aan het woord, evenals een cultureel antropoloog. Het was de VVD-er op z’n VVDst, de CDA-se op z’n CDAst, en niemand zag de olifant in de kamer staan.

Van Baalen en Keijzer

Van Baalen ‘s belangrijkste punt: ‘de overheid moet zich hier niet mee bemoeien’. Daarmee maakte hij er zich wel heel gemakkelijk van af, want de inzet van de discussie is niet de wettelijke ‘afschaffing’ van Zwarte Piet, dat element is er pas ingekomen toen onderzoekster van de VN, Mw. Shepherd dat voorstelde. Het gaat er natuurlijk om of Zwarte Piet vooroordeel-bevestigend is of niet. Als de discussie – waar het niet naar uitziet – zou uitkomen op ‘ja’, dan zou Van Baalen nog steeds tegen een verbod zijn en daarom hoeft hij er verder niet over te discussiëren, daar komt het eigenlijk op neer.

Van Baalen: ‘Ik ben liberaal, het mag allemaal, men moet doen wat men zelf wil. Maar ik verander niet. De mensen hebben geen zin in politiek correct gebazel. Niemand verplicht u daartoe, maar niemand mag je opleggen hoe hij het moet vieren.’

Het is dus allemaal individuele verantwoordelijkheid wat de klok slaat. De discussie zelf wordt door hem afgedaan met ‘politiek correct gebazel’. De VVD zou de VVD niet zijn als zij alleen liberaal was en niet ook conservatief. Ook dat aspect kwam mooi uit de verf, toen hij toevoegde ‘Maar ik verander niet.’

Hij voelde misschien wel aan dat het afwijzen van overheidsbemoeienis en de vrijheid van de burger achter diens eigen voordeur niet het hele verhaal was, want toen hij de eigen, onveranderde Sinterklaasviering had genoemd, kwam opeens zijn zoontje ter sprake dat op een school zit met allerlei kleuren (ja de school, dat is niet achter de eigen voordeur Hans en daarmee heeft de overheid wel degelijk bemoeienis.) En toen werd de olifant in de kamer even genoemd, maar niet gezien: ‘Mijn zoontje heeft nog nooit de link gelegd dat zwarte mensen ondergeschikt zijn aan witte.’

Mona Keijzer begon ook meteen over overheidsbemoeienis, wat liberaal lijkt, maar in haar geval niet is: ‘Waarom moet nou toch alles altijd van bovenaf geregeld worden? Het wordt overal anders gevierd en het wordt overal anders ervaren. En voor de meeste Nederlanders is dat een feest met Sinterklaas en met Zwarte Piet.’ Bij het CDA gaat het over soevereiniteit in eigen kring. Dat hoor je aan de nadruk op verschillende groepen, in plaats van op het individu. Mona heeft wat meer oog voor de geschiedenis dan Hans, geen wonder als je ziet wat er allemaal in confessionele kring is gebeurd: ‘Zwarte Piet heeft zich door de jaren, zo niet eeuwen heen ook ontwikkeld. Het was ooit een mysterieuze Moorse helper, het is een tijd een strenge opvoeder geweest, toen hebben we nog een tijd het verhaal van de schoorsteenveger gehad, inmiddels is het een hedendaagse CEO van het Sinterklaasbedrijf; als die er niet zou zijn zou het Sinterklaasfeest in het 100 lopen.’

Maar, net als Hans, wil ze het toch het liefst bij het oude laten: ‘Ik vind het Sinterklaasfeest zoals het op dit moment gevierd wordt een prachtig mooi kinderfeest. Ik heb zelf natuurlijk ook jonge kinderen, die vragen aan mij “wat is hier in vredesnaam aan de hand mam?” Zwarte Piet ís iemand, zonder Zwarte Piet zou Sinterklaas helemaal niets kunnen. Dus die kijken met ontzag naar Zwarte Piet.’

Een kroesharige neger

Inmiddels had de antropoloog zijn zegje gedaan door terecht op te merken dat hij zich wel kon voorstellen dat Sinterklaas-vierende mensen agressief worden als ze van racisme worden beschuldigd terwijl dat absoluut niet hun intentie is. Hij wees er ook op dat er allerlei verhalen zijn over wie Zwarte Piet eigenlijk is, maar dat iedereen gewoon kon zien dat het ‘een kroesharige neger’ was. Wat de vraag opriep waarom er juist nu zo’n heibel over is ontstaan. ‘De vraag is,’ zei de antropoloog “waarom voelen die zwarten zich geraakt?” Er zullen ongetwijfeld gevoelens van algemene achterstelling achter zitten.’ Hij gaf ook meteen maar het recept hoe daarmee om te gaan: ‘Om die [algemene achterstelling dus] nou te gaan tekkelen is wel erg veel werk, makkelijker is om een beetje mee te buigen met de wind die is opgestoken.’

Naeeda had goed gehoord dat mevrouw Keijzer niet van plan was zich ook maar een iota aan te trekken van de gevoelens van mensen met een donkere huidskleur en vroeg: ‘Wat legt u dan uit aan die kinderen? Ik buig niet mee?’

In plaats van de vraag eerlijk met ‘nee’ te beantwoorden, zei Mona: ‘Het is wat u doet, u maakt hier een landelijke discussie over met grote woorden, zoals discriminatie, wat het niet is, het is een Kínderfeest waar kinderen met ontzag naar zwarte Piet kijken, laten we dit nu met elkaar koesteren.’

 Marokkanen en honden

De reden dat deze discussie mij niet los liet is dat de twee Sinterklaas-verdedigers uit zichzelf hun kinderen als onderwerp inbrachten, maar daarmee precies het tegenovergestelde wilden betogen van wat overduidelijk het geval is.

De maatschappij bestaat bij gratie van een consensus die dieper geworteld en breder is dan wij kunnen bevatten. En gaat over wie wie is en hoe allerlei groepen, functionarissen en instituties zich ten opzichte van elkaar verhouden en gedragen. We zijn ons daar maar heel beperkt van bewust en bijna alles daarover leren we als kinderen, vooral van volwassenen die zulke dingen in allerlei gedrag en bijna helemaal onbewust aan hun kinderen overdragen en ook tegenover elkaar steeds weer bevestigen.

Mensen zijn sociale wezens en dat zit diep in onze persoonlijkheid. Ik heb met mijn nieuwe hond bijvoorbeeld gemerkt dat bijna alle Marokkanen en (iets minder) Surinamers bang voor hem zijn. Dat hebben ze ongetwijfeld als kind geleerd en zal wel te maken hebben met hoe men in de betreffende thuislanden met dieren in het algemeen en met honden in het bijzonder omgaat. Voor de individuele, vaak in Nederland geboren Marokkaan of Surinamer is het gewoon angst, een hoogst persoonlijk, automatisch gevoel waar helemaal geen overwegingen over de omgang met honden aan te pas komen – die komen achteraf, zo verklaren wij irrationeel gedrag voor onszelf. Hun ouders zullen wel schrikreacties hebben vertoond bij nadering van honden en hun kinderen vast ook wel hebben gewaarschuwd, hoewel ik denk dat dat laatste niet eens nodig is om die emotionele houding tegenover honden, ook in heel andere, veilige, situaties te hebben en te handhaven.

Onze houding tegenover mensen met een andere kleur leren we ook als kinderen van ouders die die houding ook weer als kinderen van hún ouders hebben geleerd, en zo verder. En wij – ik spreek even als autochtone, witte Nederlander – zijn in overgrote meerderheid bevooroordeeld, net als mensen met andere kleuren en culturen dat op hun manier ook zijn. Homo sapiens bestaat zo’n 100.000 jaar en 99,999 % van de tijd was het levensnoodzaak om mensen van andere stammen, of zelfs van een ander dorp of de vallei verderop zo trefzeker mogelijk te kunnen identificeren en het potentiele gevaar dat zij vormden te kunnen inschatten. Dat we in het Westen een jaar of hooguit 80 een ideaal aanhangen van universele gelijkheid verandert daar maar heel weinig aan. We zijn (bijna) allemaal hartstikke bevooroordeeld, dat kan iedereen voor zichzelf nagaan met een simpel testje hier op het internet.

Discriminatie is heel wat anders

Bevooroordeeldheid zit dus diep. We kunnen anderen en onszelf dat eigenlijk niet kwalijk nemen, want het gaat vanzelf buiten onze bewuste wil. Discriminatie is heel wat anders, dat is  die vooroordelen omzetten in gedrag, waaronder mensen aannemen of afwijzen voor werk, huisvesting, opname in de familie en nog meer grote dingen naast kleine blijken van minachting of superioriteit. Daarop moeten we onszelf en mogen we anderen wel aanspreken.

Hoe lang is het geleden – anderhalve eeuw, een eeuw, twee eeuwen? – dat het voor iedereen in Nederland volkomen vanzelfsprekend was om zwarte Afrikanen niet als mensen te zien, maar als iets tussen mens en dier in. Men zag niet dat wij er in het Westen vele eeuwen over hebben gedaan om enigszins rationeel over de wereld te gaan denken en de (meeste) magisch-mythische opvattingen erover te overwinnen. Westerlingen dachten dat zij een ander ras, om niet te zeggen een andere soort waren, dat ze door God zo waren geschapen en dat primitieven, vaak nog in de steentijd levende ‘wezens’ van een andere soort waren: qua intelligentie, de moraal, taal, het vermogen de wereld te begrijpen. Het Westers superioriteitsgevoel zit heel erg diep en ik geloof geen enkele Westerling die zegt daar geheel vrij van te zijn.

Natuurlijk was het ooit totaal geen taboe om een domme, primitieve half mens, half dier toe te voegen aan het gevolg van Sinterklaas. Men vond dat leuk, interessant, angstaanjagend waarschijnlijk ook wel – lekker griezelen. Dat zwarte mensen tot hetzelfde in staat zijn als witte was ondenkbaar voor bijna iedereen. Mandela’s, Obama’s, Colin Powels, James Baldwins, Sydney Poitiers of Oprahs Winfrey waren er niet alleen niet, ze waren ondenkbaar.

Uit die tijd en die cultuur stamt Zwarte Piet. Het is raar en anachronistisch dat hij er nog steeds is. En hem koesteren in een traditie betekent dat je er helemaal niets van hebt begrepen.

Natuurlijk draag je met de vertoning van een zwarte, domme, kroeskop die raar doet en raar en gebrekkig praat wel degelijk aan kinderen over dat blanken superieur zijn aan zwarten: dat wordt toch overduidelijk getoond, dat beeld nestelt zich toch in je onbewuste, dat is toch een van de beelden die waarschijnlijk levenslang tevoorschijn springen elke keer als je een gekleurd mens tegenkomt! Ook bij het zoontje van Hans van Baalen en de kinderen van Mona Keijzer, want die hebben al een paar keer teveel een traditionele Sinterklaas gevierd. Hun ouders zijn, net als ik en de meeste witte Nederlandse volwassenen op dat punt al verloren.

Van dergelijke beelden en overtuigingen hebben we nog steeds een overschot. We zitten al met een heel reservoir aan onbewuste beelden waar we juist vanaf moeten zien te komen, in plaats van ze bekrachtigen. En dat kan alleen door ze niet door te geven aan onze kinderen. En zelfs dan vrees ik dat er nog wel een paar generaties mee gemoeid zullen zijn. Dat proces ga je toch niet afremmen door een van die beelden een paar weken per jaar landelijk in honderdduizenden, zo geen miljoenen huiskamers, scholen, winkels en straten in toneelstukjes uit te beelden!