Mail aan 8 Eerste Kamerleden

Mail geschreven aan 8 eerste Kamerleden die een inbreng hebben gehad in de behandeling van de Zorgwet die nu voorligt in de Eerste Kamer, te weten:

Zie: http://www.eerstekamer.nl/wetsvoorstel/33684_jeugdwet

naam
dr. Flip Schrameijer

e-mail
flip.schrameijer@xxxxx.nl

onderwerp
Wetsontwerp Jeugdwet

Zeer geachte heer/mevrouw,

Als verontrust burger met enige kennis van de jeugd-GGZ, wilde ik u graag het volgende voorleggen i.v.m. het voorliggende wetsvoorstel voor de Jeugdwet. Naar ik begrijp is deel van het plan dat de financiering van de zorg voor jeugdigen met psychiatrische stoornissen van de zorgverzekering naar de gemeenten wordt overgeheveld.

Aangezien deze maatregel leeftijds- en aandoening gebonden is vraag ik mij af of deze niet in strijd is met artikel 2 en/of artikel 23 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind.

Het eerste is het anti-discriminatie-artikel, het tweede garandeert bijzondere zorg voor kinderen met een geestelijke of lichamelijke handicap.

Indien gemeentelijke financiering hun minder garanties biedt dan de zorgverzekeringswet, lijkt mij dit overduidelijk het geval.

Hoogachtend,

Dr. F. Schrameijer

(www.Schrameijer-Duurkoop.nl)

De eerste reactie kwam onmiddellijk (van links naar rechts):

“U slaat de spijker op z’n kop! Het is een van de redenen waarom de SP tegen het wetsvoorstel is.
Tineke Slagter”

De tweede kwam anderhalve dag later:
“Hartelijk dank voor uw bericht. Het punt dat u noemt heeft bij de behandeling van het wetsvoorstel onze aandacht.
Met vriendelijke groet,
Jannette Beuving”

 

 

Zwarte Piet op Lijn 1

Ik was van plan me niet met de Zwarte Piet-discussie te bemoeien, maar wat ik jl. woensdagochtend hoorde in het programma Lijn 1, laat me niet los. Dat kwartiertje discussie  (van 10.45 tot 11 uur) is alsnog hier te beluisteren. Onder leiding van de voortreffelijke Naeeda Aurangzeb kwamen o.a. Hans van Baalen en Monika Keijzer aan het woord, evenals een cultureel antropoloog. Het was de VVD-er op z’n VVDst, de CDA-se op z’n CDAst, en niemand zag de olifant in de kamer staan.

Van Baalen en Keijzer

Van Baalen ‘s belangrijkste punt: ‘de overheid moet zich hier niet mee bemoeien’. Daarmee maakte hij er zich wel heel gemakkelijk van af, want de inzet van de discussie is niet de wettelijke ‘afschaffing’ van Zwarte Piet, dat element is er pas ingekomen toen onderzoekster van de VN, Mw. Shepherd dat voorstelde. Het gaat er natuurlijk om of Zwarte Piet vooroordeel-bevestigend is of niet. Als de discussie – waar het niet naar uitziet – zou uitkomen op ‘ja’, dan zou Van Baalen nog steeds tegen een verbod zijn en daarom hoeft hij er verder niet over te discussiëren, daar komt het eigenlijk op neer.

Van Baalen: ‘Ik ben liberaal, het mag allemaal, men moet doen wat men zelf wil. Maar ik verander niet. De mensen hebben geen zin in politiek correct gebazel. Niemand verplicht u daartoe, maar niemand mag je opleggen hoe hij het moet vieren.’

Het is dus allemaal individuele verantwoordelijkheid wat de klok slaat. De discussie zelf wordt door hem afgedaan met ‘politiek correct gebazel’. De VVD zou de VVD niet zijn als zij alleen liberaal was en niet ook conservatief. Ook dat aspect kwam mooi uit de verf, toen hij toevoegde ‘Maar ik verander niet.’

Hij voelde misschien wel aan dat het afwijzen van overheidsbemoeienis en de vrijheid van de burger achter diens eigen voordeur niet het hele verhaal was, want toen hij de eigen, onveranderde Sinterklaasviering had genoemd, kwam opeens zijn zoontje ter sprake dat op een school zit met allerlei kleuren (ja de school, dat is niet achter de eigen voordeur Hans en daarmee heeft de overheid wel degelijk bemoeienis.) En toen werd de olifant in de kamer even genoemd, maar niet gezien: ‘Mijn zoontje heeft nog nooit de link gelegd dat zwarte mensen ondergeschikt zijn aan witte.’

Mona Keijzer begon ook meteen over overheidsbemoeienis, wat liberaal lijkt, maar in haar geval niet is: ‘Waarom moet nou toch alles altijd van bovenaf geregeld worden? Het wordt overal anders gevierd en het wordt overal anders ervaren. En voor de meeste Nederlanders is dat een feest met Sinterklaas en met Zwarte Piet.’ Bij het CDA gaat het over soevereiniteit in eigen kring. Dat hoor je aan de nadruk op verschillende groepen, in plaats van op het individu. Mona heeft wat meer oog voor de geschiedenis dan Hans, geen wonder als je ziet wat er allemaal in confessionele kring is gebeurd: ‘Zwarte Piet heeft zich door de jaren, zo niet eeuwen heen ook ontwikkeld. Het was ooit een mysterieuze Moorse helper, het is een tijd een strenge opvoeder geweest, toen hebben we nog een tijd het verhaal van de schoorsteenveger gehad, inmiddels is het een hedendaagse CEO van het Sinterklaasbedrijf; als die er niet zou zijn zou het Sinterklaasfeest in het 100 lopen.’

Maar, net als Hans, wil ze het toch het liefst bij het oude laten: ‘Ik vind het Sinterklaasfeest zoals het op dit moment gevierd wordt een prachtig mooi kinderfeest. Ik heb zelf natuurlijk ook jonge kinderen, die vragen aan mij “wat is hier in vredesnaam aan de hand mam?” Zwarte Piet ís iemand, zonder Zwarte Piet zou Sinterklaas helemaal niets kunnen. Dus die kijken met ontzag naar Zwarte Piet.’

Een kroesharige neger

Inmiddels had de antropoloog zijn zegje gedaan door terecht op te merken dat hij zich wel kon voorstellen dat Sinterklaas-vierende mensen agressief worden als ze van racisme worden beschuldigd terwijl dat absoluut niet hun intentie is. Hij wees er ook op dat er allerlei verhalen zijn over wie Zwarte Piet eigenlijk is, maar dat iedereen gewoon kon zien dat het ‘een kroesharige neger’ was. Wat de vraag opriep waarom er juist nu zo’n heibel over is ontstaan. ‘De vraag is,’ zei de antropoloog “waarom voelen die zwarten zich geraakt?” Er zullen ongetwijfeld gevoelens van algemene achterstelling achter zitten.’ Hij gaf ook meteen maar het recept hoe daarmee om te gaan: ‘Om die [algemene achterstelling dus] nou te gaan tekkelen is wel erg veel werk, makkelijker is om een beetje mee te buigen met de wind die is opgestoken.’

Naeeda had goed gehoord dat mevrouw Keijzer niet van plan was zich ook maar een iota aan te trekken van de gevoelens van mensen met een donkere huidskleur en vroeg: ‘Wat legt u dan uit aan die kinderen? Ik buig niet mee?’

In plaats van de vraag eerlijk met ‘nee’ te beantwoorden, zei Mona: ‘Het is wat u doet, u maakt hier een landelijke discussie over met grote woorden, zoals discriminatie, wat het niet is, het is een Kínderfeest waar kinderen met ontzag naar zwarte Piet kijken, laten we dit nu met elkaar koesteren.’

 Marokkanen en honden

De reden dat deze discussie mij niet los liet is dat de twee Sinterklaas-verdedigers uit zichzelf hun kinderen als onderwerp inbrachten, maar daarmee precies het tegenovergestelde wilden betogen van wat overduidelijk het geval is.

De maatschappij bestaat bij gratie van een consensus die dieper geworteld en breder is dan wij kunnen bevatten. En gaat over wie wie is en hoe allerlei groepen, functionarissen en instituties zich ten opzichte van elkaar verhouden en gedragen. We zijn ons daar maar heel beperkt van bewust en bijna alles daarover leren we als kinderen, vooral van volwassenen die zulke dingen in allerlei gedrag en bijna helemaal onbewust aan hun kinderen overdragen en ook tegenover elkaar steeds weer bevestigen.

Mensen zijn sociale wezens en dat zit diep in onze persoonlijkheid. Ik heb met mijn nieuwe hond bijvoorbeeld gemerkt dat bijna alle Marokkanen en (iets minder) Surinamers bang voor hem zijn. Dat hebben ze ongetwijfeld als kind geleerd en zal wel te maken hebben met hoe men in de betreffende thuislanden met dieren in het algemeen en met honden in het bijzonder omgaat. Voor de individuele, vaak in Nederland geboren Marokkaan of Surinamer is het gewoon angst, een hoogst persoonlijk, automatisch gevoel waar helemaal geen overwegingen over de omgang met honden aan te pas komen – die komen achteraf, zo verklaren wij irrationeel gedrag voor onszelf. Hun ouders zullen wel schrikreacties hebben vertoond bij nadering van honden en hun kinderen vast ook wel hebben gewaarschuwd, hoewel ik denk dat dat laatste niet eens nodig is om die emotionele houding tegenover honden, ook in heel andere, veilige, situaties te hebben en te handhaven.

Onze houding tegenover mensen met een andere kleur leren we ook als kinderen van ouders die die houding ook weer als kinderen van hún ouders hebben geleerd, en zo verder. En wij – ik spreek even als autochtone, witte Nederlander – zijn in overgrote meerderheid bevooroordeeld, net als mensen met andere kleuren en culturen dat op hun manier ook zijn. Homo sapiens bestaat zo’n 100.000 jaar en 99,999 % van de tijd was het levensnoodzaak om mensen van andere stammen, of zelfs van een ander dorp of de vallei verderop zo trefzeker mogelijk te kunnen identificeren en het potentiele gevaar dat zij vormden te kunnen inschatten. Dat we in het Westen een jaar of hooguit 80 een ideaal aanhangen van universele gelijkheid verandert daar maar heel weinig aan. We zijn (bijna) allemaal hartstikke bevooroordeeld, dat kan iedereen voor zichzelf nagaan met een simpel testje hier op het internet.

Discriminatie is heel wat anders

Bevooroordeeldheid zit dus diep. We kunnen anderen en onszelf dat eigenlijk niet kwalijk nemen, want het gaat vanzelf buiten onze bewuste wil. Discriminatie is heel wat anders, dat is  die vooroordelen omzetten in gedrag, waaronder mensen aannemen of afwijzen voor werk, huisvesting, opname in de familie en nog meer grote dingen naast kleine blijken van minachting of superioriteit. Daarop moeten we onszelf en mogen we anderen wel aanspreken.

Hoe lang is het geleden – anderhalve eeuw, een eeuw, twee eeuwen? – dat het voor iedereen in Nederland volkomen vanzelfsprekend was om zwarte Afrikanen niet als mensen te zien, maar als iets tussen mens en dier in. Men zag niet dat wij er in het Westen vele eeuwen over hebben gedaan om enigszins rationeel over de wereld te gaan denken en de (meeste) magisch-mythische opvattingen erover te overwinnen. Westerlingen dachten dat zij een ander ras, om niet te zeggen een andere soort waren, dat ze door God zo waren geschapen en dat primitieven, vaak nog in de steentijd levende ‘wezens’ van een andere soort waren: qua intelligentie, de moraal, taal, het vermogen de wereld te begrijpen. Het Westers superioriteitsgevoel zit heel erg diep en ik geloof geen enkele Westerling die zegt daar geheel vrij van te zijn.

Natuurlijk was het ooit totaal geen taboe om een domme, primitieve half mens, half dier toe te voegen aan het gevolg van Sinterklaas. Men vond dat leuk, interessant, angstaanjagend waarschijnlijk ook wel – lekker griezelen. Dat zwarte mensen tot hetzelfde in staat zijn als witte was ondenkbaar voor bijna iedereen. Mandela’s, Obama’s, Colin Powels, James Baldwins, Sydney Poitiers of Oprahs Winfrey waren er niet alleen niet, ze waren ondenkbaar.

Uit die tijd en die cultuur stamt Zwarte Piet. Het is raar en anachronistisch dat hij er nog steeds is. En hem koesteren in een traditie betekent dat je er helemaal niets van hebt begrepen.

Natuurlijk draag je met de vertoning van een zwarte, domme, kroeskop die raar doet en raar en gebrekkig praat wel degelijk aan kinderen over dat blanken superieur zijn aan zwarten: dat wordt toch overduidelijk getoond, dat beeld nestelt zich toch in je onbewuste, dat is toch een van de beelden die waarschijnlijk levenslang tevoorschijn springen elke keer als je een gekleurd mens tegenkomt! Ook bij het zoontje van Hans van Baalen en de kinderen van Mona Keijzer, want die hebben al een paar keer teveel een traditionele Sinterklaas gevierd. Hun ouders zijn, net als ik en de meeste witte Nederlandse volwassenen op dat punt al verloren.

Van dergelijke beelden en overtuigingen hebben we nog steeds een overschot. We zitten al met een heel reservoir aan onbewuste beelden waar we juist vanaf moeten zien te komen, in plaats van ze bekrachtigen. En dat kan alleen door ze niet door te geven aan onze kinderen. En zelfs dan vrees ik dat er nog wel een paar generaties mee gemoeid zullen zijn. Dat proces ga je toch niet afremmen door een van die beelden een paar weken per jaar landelijk in honderdduizenden, zo geen miljoenen huiskamers, scholen, winkels en straten in toneelstukjes uit te beelden!

What’s with a royal medal for departing ING-CEO Jan Hommen?

The first of this month Jan Hommen left his post at ING and was decorated ‘Commander in the Order of Orange-Nassau’ – if that is the correct translation of one of the highest Dutch royal honors.

How about that?

 Not a nice bank

Let’s first observe the biggest Dutch bank targets gullible clients among who – for may years – I count myself. ING manages more than 115 billion Euros in Dutch bank savings making it the largest household bank in the nation yet is also among the international banks offering the lowest interest rates.  Moreover, ING’s ethical considerations are not a priority to the bank. De Eerlijke Bankwijzer, a widely respected Dutch comparison website notes:

“The arms policy of ING is dubious (5 points out of 10). ING bars producers of controversial arms and companies which ignore arms-embargo’s too. This policy is limited solely to business finance however, so arms supplies of other companies to controversial regimes are not ruled out.”

One particular research project (praktijkonderzoek kernwapens, 2013) revealed ING manages stocks and bonds of 20 nuclear arms manufacturers to the amount of €658,2 million and extends credit through bank investments for an additional €318,3 million’; and this is ‘just’ about arms!  Opportunism rules financial institutions: ING scores a mere 3 out of 10 for its policies on ‘taxes and corruption’ and does just as poorly on ‘climate’.  To the outside world, ING regularly makes a show of concern on social justice and environmental matters and pays – mainly token – tribute to them such as seen in this clip from RTL.

 Small things

Nonetheless, it is the small things I find most telling.  Take, for example, the conversation my (then) 87-year old mother had with an ING-employee she had called because each month money was taken out of her account for a lottery even though she’s always been a staunch opponent of lotteries derisively referring to them as a stupidity tax. The ING-helpdesk man didn’t believe her, (even though shady practices of lotteries were all over the internet at that time) and had the audacity to say: ‘If you had won, you’d have been really happy, wouldn’t you?’ as if he were talking to a child.  Great consumer contact policy: defend the scammer and denigrate the old lady who calls to report a crime.

Of course, ING never took any responsibility for its role in the 2008 credit-crisis.  The bank had no qualms about receiving a ‘capital injection’ of 10 billion Euros financed with Dutch tax revenue and allowed the state to buy its tanked mortgages – which have since lost half their value – all the while enjoying additional guarantees, valued at over 32 billion Euros. And yet; ‘sorry’ was too hard a word.

Though the bank gained strength by virtue of a wave of privatization which swept away crucial public services such as the postal and railway systems, ING wouldn’t have flourished without the naiveté of the general public.

 Willingly led to the counter

It all started so well in 1881 when the state savings post-bank (Rijkspostspaarbank) was created in order to stimulate workers to save.  All benefits came to its clients, and, of course, to the state which was, at that time, all of us: fantastic! By 1919 this bank had morphed into the so called Postgiro which was way ahead of its time in automation and grew to have millions of clients.  Privatized in 1986 and renamed the Postbank, most people, including me, were willingly and quietly eased into this new private bank which suddenly had billions in savings to invest at the discretion of a private board of directors.  Money was rolling around in Uncle Scrooge McDuck-fashion and the newly appointed bankers were given an enormous play-pen.

Showing off with other people’s money

The newly privatized managers of the once sober public savings institution sponsored Formula-1 racing and snapped-up  foreign banks and insurance companies willy-nilly. The first years were a virtual shopping-spree with an 800 billion guilder tab – five times the entire state budget.  By some estimates 93 to 95% of the expenditures were financed with the private savings of Dutch citizens as collateral; it wasn’t even the banks money, but ours!  Differently put: ING’s equity stake represented merely 5 tot 8% of what they spent. What was their aim? Why all this international expansion?  Was it the huge salaries and bonuses? Was it to foot the bill for staying at the most expensive hotels and mingling with the world’s jet-set?  ING wanted to be big and international – growth! growth! growth! – so they took enormous risks, bought the wrong companies, gave easy credit to weak businesses and caused hundreds of millions of Euros to evaporate.

‘All the boys did it, Sir’

And yes, they bought a pile of mortgages without thinking or caring that one day people might be unable to repay their debts – and the rest is history.  Their defense? “All the boys did it sir, we only went along with them.” We’ve heard it before: as long as things go well one pays himself and his friends insane salaries and bonuses and when things go sour the buck is passed to the community; you and me. And yet: no regrets from the bankers; ‘we knew nothing about it’.

ING’s topman Michel Tilmant, Jan Hommens predecessor, had a yearly paycheck of €6 million and a severance package with a pension-payment worth another €3 million.  Make no mistake, this man absolutely refuses to be interviewed, while overseeing the construction of what looks like a French villa. (Watch Zembla, 2009.)

After the state had intervened to curb ING’s excesses in 2009 Hommen was brought on with an annual base salary of  €1,3 million though he subsequently went on to make an additional €50k per annum.  €5.200 per day may not be astronomical by American standards, but it still represents a 62 fold increase over the middling wage in Blaricum, the wealthiest town in the Netherlands.

Hommens merits

What would Hommens merits have been? Under his leadership, the €10 billion capital injection is mostly reimbursed to the state; that’s fine and it is extensively documented on one of ING’s websites, which, by the way, makes no mention of the devalued mortgages the state bought from the bank.  What could ING’s CEO have done over the past four years other than clean up the mess his megalomaniac predecessors had made?  So Hommen sold some dubious acquisitions. He also fired tens of thousands employees; though he was able to do that without insulting them as ING chairman of the board Nick Jue did when claimed he worked hard while “ladies on the work floor sat on their fat asses.” (NRC, 2013)

So, maybe Jan Hommen does deserve his royal medal but, to me at least, the evidence is pretty thin.  I can’t know much about all that went on but when I come across ING’s malpractices in Singapore, which happened under Hommen’s watch and will likely cost ING a whopping €700 million in fines, I worry about who picks up the tab. As taxpayers we’re powerless, but as ING clients we would do well to get the hell away from this bank and find any green, ethical and responsible bank instead.*)

*)  In the Dutch version of this post (Oct 1st), which is somewhat updated here, I suggested the bank I went to myself. Although I don’t really care which other ‘good’ bank one chooses, this led to some discussion.   

Objectiviteit bestaat wel

‘Objectiviteit bestaat niet’ is tegelijk een populair en een ergerlijk idee. Wat is er aan de hand?

Laten we het erover eens zijn dat het over gevoelens gaat en niet over wetenschap of welke andere vorm van helder denken dan ook. Het idee is vooral fijn als het om andermans objectiviteit gaat, want als we die erkennen, geven we een ander macht over onszelf. We willen niet dat anderen obstakels op ons pad leggen, laten we het daar op houden.

Aan de andere kant: als het om onze eigen waarheden gaat, willen we die erkend hebben. Mensen die dingen miskennen die voor mij waarheden als koeien zijn, maken me gek. Ja, de Nazi’s waren fout in de oorlog, leven na de dood is flauwekul, de enige reden dat mensen in God geloven is dat ze in hun jeugd met dat idee zijn geïndoctrineerd en omdat onze hersenen in de loop van de evolutie zo zijn gevormd dat ze tot religie geneigd zijn. Evolutie is een objectief feit en creationisme een leugen, Ella Fitzgerald was een groot zangeres. Dat zijn een paar dingen die ik als objectieve feiten beschouw en iedereen die daarover wil discussiëren maakt me gek.

Is objectiviteit dan net zoiets als seksuele trouw, iets waaraan anderen zich moeten houden maar heel anders ligt als we er zelf van afwijken?

Ik dacht het niet.

Niemand minder dan de grote socioloog Norbet Elias heeft grote helderheid gebracht door de kwestie in alledaags perspectief te plaatsen: ‘Als Peter iets zegt over Paul, gaat het altijd zowel over Paul als over hemzelf. De mate waarin hij iets over Paul zegt is de mate van objectiviteit van zijn uitspraak.’

Wie kan daar serieus iets tegen inbrengen? Ik zeker niet en ik daag iedereen uit die denkt dat wel te kunnen.

Waar brengt ons dat? Wordt objectiviteit op deze manier willekeurig?

Absoluut niet! Aánspraken op objectiviteit, ja die kunnen willekeurig zijn, maar niet het onderliggende concept. Anders gezegd: mensen kunnen wel denken dat ze objectief zijn, maar waar het om gaat is de mate waarin hun uitspraken sporen met de realiteit, of, in Elias-termen, ‘werkelijkheidsadequaat’ zijn. Het feit dat het vaak moeilijk is – zeker als het om emotioneel geladen kwesties gaat – om de werkelijkheid recht te doen, wil niet zeggen dat er geen echte werkelijkheid is.

Niemand minder dan de grote filosoof Ludwig Wittgenstein heeft ongeveer dit gezegd: ‘Als mijn kaars door het venster de nacht in schijnt, lost het licht geleidelijk op in de duisternis. Het feit dat niemand kan zeggen waar het licht ophoudt en de duisternis begint is geen reden om de begrippen licht en donker af te schaffen.’

Dus: objectiviteit bestaat, maar is alleen moeilijk te bereiken.

Objectivity does exist

‘Objectivity does not exist’ is both a popular and an awkward notion. What’s going on?

Let’s agree it’s about sentiment, not science or any other form of clear thinking. The notion has most appeal when we think about someone else’s objectivity. For when we recognize that, we supply someone else with power over ourselves.  We don’t want rocks on our path, let’s put it that way.

On the other hand: when our own truths are concerned we want them to be recognized. People who deny things which are extremely self-evident to me, drive me nuts. Yes the Nazi’s were the bad guys in WWII, life after death is obvious BS, the only reason people believe in God is they were indoctrinated by that idea as children and because our brains were shaped through evolution in a way which make them susceptible to religion. Evolution is an objective fact, creationism is a lie, Ella Fitzgerald was a great singer. Those are some of the things I consider objective truths and anyone who argues them drives me nuts.

So is objectivity something like sexual faithfulness, something others should respect but is quite something else when we ourselves are the unfaithful ones?

I believe not.

None less than the great sociologist Norbert Elias has it right when he puts the matter of objectivity in a day-to-day perspective, this way: ‘When Peter says something about Paul, he always says something both about himself and about Paul. The degree in which his statement is about Paul is the degree of objectivity of his statement.’

Who can seriously disagree with this idea? I certainly can’t and I challenge anyone who thinks he can.

Where does that leave us? Does this idea make objectivity into something arbitrary? Absolutely not! Claims to objectivity yes, they can be arbitrary, but the underlying concept is not. In other words people may think to be objective, but the proof of the pudding is the degree to which their statement is consonant with reality, or, in Elias’ terms is ‘reality adequate’. The fact that it’s often very difficult – especially with emotion laden issues – to stick as close to reality as possible doesn’t mean reality isn’t out there.

None less than the great philosopher Ludwig Wittgenstein has said something to this effect: ‘When at night my candle shines out of my window, the light dissolves into darkness. The fact that no one can say where the light stops and the darkness begins is no reason to abolish those concepts.

So: objectivity does exist, it’s just very hard to come by.